Contextuele leerlingbegeleiding: een andere kijk op het gedrag van kinderen

In oktober starten we voor de twintigste keer met de opleiding contextuele leerlingbegeleiding. Omdat je wellicht nog nooit gehoord hebt van deze zienswijze heb ik er een fors artikel over geschreven. Bijna 4000 woorden om je een inkijk te geven op de stroming die mijn kijk op onderwijs definitief veranderde...

 

Door Ivo Mijland

 

Het kind krijgt te veel huiswerk, te weinig uitleg, niet genoeg extra bijles of te weinig persoonlijke aandacht. En de rekenles is niet goed genoeg, waardoor de CITO dreigt te mislukken. ‘Oh ja, dat schoolreisje. Dat had niet gehoeven. Gebruik die tijd liever voor aandacht aan leesvaardigheid.’, ‘En waarom gaat havo 2 naar Parijs, terwijl vmbo 2 slechts naar Antwerpen mag?’, ‘Juf, is er wel genoeg toezicht in de pauze? Mijn kind had laatst een blauwe plek’, ‘Hoezo advies vmbo? Hij gaat naar de havo, wat er ook gebeurt’, ‘Mijn kind druk? Dat komt omdat u de verkeerde werkvormen gebruikt’, ‘Mijn kind faalangst? Wat een onzin!’ Of precies andersom: ‘Mijn kind slecht in wiskunde? Nee hoor, hij heeft faalangst en daar zou u maar eens beter rekening mee moeten houden. En ondeugend was Dik Trom volgens zijn vader natuurlijk niet. Steevast zei hij: ‘Het is een bijzonder kind, en dat is ie…’

 

In dit artikel leg ik aan de hand van de theorie van Iván Böszörményi-Nagy uit wat er gebeurt als je verder kijkt dan alleen het waarneembare gedrag. Een kijkje in het gastvrije brein van deze Hongaarse pionier...

Ouders lijken in toenemende mate de druk op leerkrachten en het onderwijs te vergroten. De eisen worden harder en dwingender. De dialoog is soms mijlenver te zoeken. Waar komt die toenemende druk op de prestaties van kinderen vandaan en hoe komt het dat ouders daarbij de school soms zelfs vijandig benaderen? En wat kun je doen tegen de tendens van eisende en dwingende ouders in je school? In dit hoofdstuk verken ik waarom ouders doen wat ze doen, waarom docenten doen wat ze doen en wat docenten ook kunnen doen om ouders te verleiden iets anders te doen.

 

Zoektocht

In de relatie tussen mensen speelt een voortdurende zoektocht naar een rechtvaardige balans van geven en ontvangen. Het proces van geven en ontvangen zorgt voor verbinding tussen mensen. Hoe beter de balans tussen wat je geeft en ontvangt, hoe rechtvaardiger de relatie door jou ervaren zal worden. Als de balans in de relatie uit evenwicht raakt, geeft dat een onprettig gevoel. Als jij als leerkracht complimenten geeft (‘We zijn erg tevreden over de prestaties van uw dochter’) en de ouder geeft jou daar kritiek voor in de plaats (‘We zijn helemaal niet te spreken over uw aanpak in de les’), dan geeft dat een niet okay gevoel. Als je in de les veel geeft door voortdurend leuke werkvormen te verzinnen en in ruil daarvoor krijg je zuchtende leerlingen, dan komt er een moment dat je bereidheid tot geven afneemt. ‘Dan maar geen leuke werkvormen. Graag of niet’, ga je dan verzuchten. Mensen zijn onbewust voortdurend gericht op geven en ontvangen. Hoe waardevoller je relaties, hoe harder je strijd zal zijn in de zoektocht naar balans. Dat heeft te maken met loyaliteit. Hoe loyaler je bent, hoe meer je streeft naar een rechtvaardige balans van geven en ontvangen.

 

Tussen geven en nemen

Iván Böszörményi-Nagy schreef in zijn boek ‘Tussen geven en nemen’ (Uitgeverij De Toorts, 1994) veel over loyaliteit. Wat hem vooral bekend maakte, was zijn onderscheid tussen existentiële en verworven loyaliteit. Mensen zijn loyaal vanuit het existentiële gegeven van de geboorte. Je kind-zijn heb je ontvangen van een vader en een moeder en dat is een onomkeerbaar gegeven. Je kunt het niet stopzetten, niet beëindigen. Ook niet als je daar behoefte aan hebt. Je zult hoe dan ook een leven lang verbonden blijven aan je familiaire verbindingen. De consequentie van deze existentie is dat je onmogelijk niet loyaal kunt zijn aan je ouders. Immers, als je deloyaal bent aan je ouders kom je uiteindelijk met jezelf in de knoop. Jij bestaat immers bij de gratie van je ouders. Zelfs als die ouders je in de balans van geven en ontvangen onrecht aandoen, zul je met het existentiële gegeven van de ouder-kindrelatie moeten dealen. Om het nog complexer te maken: hetzelfde geldt voor de ouders zelf, die ieder zelf als kind verbonden zijn aan hun ouders. Ze proberen het familie-erfgoed zo goed mogelijk door te geven en trachten waar mogelijk het erfgoed in uitgezuiverde vorm aan hun kinderen door te geven. ‘Dat wat mij is overkomen, mogen mijn kinderen niet ervaren.’ Ouders streven naar een betere toekomst, maar daarbij schuiven ze ongemerkt ook allerlei onbetaalde rekeningen naar voren. Kinderen krijgen dan de opdracht om iets uit het verleden in het heden te repareren.

 

De vader van Thomas komt uit een groot gezin. In dat gezin was er voor studeren nauwelijks geld beschikbaar. Alleen de oudste broer van Thomas’ vader mocht naar de Universiteit. De vader van Thomas moest het doen met de ambachtsschool en ging daarna aan het werk in de bouw. Tot op de dag van vandaag maakt hij lange dagen, ervaart hij zijn werk als zwaar en is hij vooral verbitterd over het feit dat hij zijn intelligentie nooit heeft mogen benutten. Thomas zit in groep 8 en heeft zojuist de cito-toets gemaakt. Zijn score valt tegen. De meester geeft een vmbo-advies. Als de vader van Thomas dat hoort, springen al zijn stoppen. Hij gaat verhaal halen op school, pakt de meester bij zijn kraag en schreeuwt dat het advies veranderd moet worden in havo-vwo.

 

Deze vader kun je beschouwen als een vreselijke kerel die met geweld zijn zin probeert te krijgen. Vanuit het oogpunt van verticale loyaliteit lijkt er meer te spelen. Schuilt achter de boosheid van vader wellicht de dringende wens te voorkomen dat zijn zoon in zijn voetsporen treedt? Wil hij tegen elke prijs voorkomen dat Thomas overkomt wat hem is overkomen en tot de dag van vandaag vreselijk veel pijn doet? En Thomas? Is hij zo loyaal aan de verlangens van zijn vader dat hij zichzelf een enorme druk heeft opgelegd een goede score voor de citotoets te behalen, met als gevolg dat hij de draad behoorlijk kwijt was?

 

Existentieel

Loyaliteit uit existentiële relaties is niet vergelijkbaar met die van verworven relaties. Op het niveau van de relaties die je in het leven kiest, kun je veel vrijer je keuzes maken, om de simpele reden dat je in het slechtste geval afscheid kunt nemen van die relatie. Je kunt ze toevoegen aan je bestand van exen. In het voorbeeld van Thomas: het is dus makkelijker om je pijlen te richten op de relatie tussen thuis en school in plaats van op je familiegrootboek vol niet vervulde verlangens en openstaande rekeningen. Dat kan betekenen dat je als ouder vanuit je ervaringen als kind in de buitenwereld het succes wilt zoeken dat voor jou als ouder niet beschikbaar was door welke omstandigheid dan ook. Het kan ook zijn dat je de schatkist van de familie wilt verrijken. In dat geval is de veeleisende ouder bezig om de wens van de familie voort te zetten, los van de talenten en mogelijkheden en los ook van de verlangens van het kind.

 

De moeder van Judith speelt viool in een klassiek muziekkwartet. Haar moeder, Judiths oma, was ook violiste, maar kwam niet verder als muziekjuf. Judiths moeder heeft veel talent, maar net te weinig voor de absolute top. Als Judith drie is, krijgt ze haar eerste viool. Alles wordt aan de kant gezet om haar als klein meisje klaar te stomen voor een toekomst als concertvioliste in een groot symfonieorkest. Hoewel het Judith goed vergaat, is ze allesbehalve blij met deze opgelegde opdracht. Ze oefent volop maar zit niet goed in haar vel. Ze loopt vast op school maar durft tegen niemand te zeggen dat ze eigenlijk wil stoppen met vioolles. Judith loopt op haar tenen om aan de doelen van oma en mama te kunnen voldoen. Op school ontpopt de moeder zich als een wat zelfingenomen vrouw. Ze pocht met de talenten van Judith en als de juf zegt dat ze zich zorgen maakt omdat Judith een nogal sombere indruk maakt, reageert moeder fel dat ze ook veel te veel huiswerk krijgt. ‘Onze Judith heeft belangrijkere dingen te doen. ‘n Beetje jammer dat jullie dat meisje zo lastigvallen met onbenullige dingen hier op school!’

 

Deze moeder is vanuit oprecht positieve intenties de druk op haar dochter aan het vergroten met als gevolg een sluimerend conflict tussen thuis en school. Dit conflict kan zorgen voor een hopeloze druk op de samenwerking tussen ouders en school.

 

Zorgen

Een derde variant van niet logische veeleisendheid van ouders ligt niet geworteld in het ‘verbeteren’ van de familieschatkist, maar veel meer in het niet rechtstreeks communiceren over de pijn die mensen te verwerken krijgen. Een bekend adagium: ‘Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen’, geeft hier een aardige eerste indruk. Want hoe je het ook wendt of keert, het ouderschap gaat gepaard met zorgen. Je kind kan ziek zijn, kan een leerachterstand oplopen of erger, kan verslaafd raken of kan zelfs verlangen naar de dood. Als er grote zorgen zijn om een kind is de kans op veeleisendheid richting de school ook erg groot.

 

Hubert zit in de brugklas. Hij is gekluisterd aan een rolstoel vanwege een aangeboren spierziekte. In de klas is hij behoorlijk lastig. Hij rijdt regelmatig expres met zijn rolstoel tegen andere kinderen aan. Als hij tijdens een theorieles opnieuw vervelend doet met zijn rolstoel, besluit de leraar de schakelaar om te zetten, zodat Hubert geen beweging meer krijgt in de rolstoel. Zelf aanzetten kan hij ook niet vanwege zijn beperkte bewegingsmogelijkheden. Als de ouders van Hubert horen wat er in de les gebeurd is, bellen ze woedend op. ‘Dit is hetzelfde als dat u ons kind vastbindt. We eisen dat u publiekelijk uw excuses maakt. En dat u Hubert vanaf nu geen strobreed meer in de weg legt.’

 

In eerste instantie lijkt de eis van deze ouders nogal overtrokken. Er is immers geen oog voor de situatie in de klas en het gedrag van Hubert. In een verhelderend gesprek werd al vrij snel duidelijk dat het niet ging over het incident met de rolstoel, maar over het enorme leed dat zijn ouders dagelijks ervaren in het ouderschap. Als de leraar vraagt naar de levensverwachtingen van Hubert, wordt helemaal duidelijk dat de eis van de ouders geen eis was om de school ter verantwoording te roepen, maar veel meer een schreeuw om erkenning in het ouderschap. Huilend antwoordde moeder: ‘Hij zal hooguit twintig worden. We doen er alles aan om hem de komende jaren een goede tijd te bezorgen.’ Als je als leraar erkenning kunt geven voor de achterkant van het handelen, dan kun je het gesprek een andere wending geven. Erkenning is dat je de kijk die de ander op de werkelijkheid heeft aanvaardt. Je kunt slechts het zichtbare gedrag waarnemen, maar je kent niet het verhaal dat het gedrag voeding geeft. Je weet niet wat de ander ziet wat jij niet ziet. Je ziet veeleisende ouders, maar niet het grote verdriet dat in een diepere laag aan deze veeleisendheid ten grondslag ligt. Als je erkenning geeft, ontmoet je de ouders door hun werkelijkheid te bevragen. Daar kun je dan jouw werkelijkheid naast leggen. Zo kunnen die werkelijkheden beter naast elkaar bestaan. Er ontstaat meer balans in geven en ontvangen.

 

Toekomst

Vanuit diepgewortelde loyaliteit zijn veeleisende ouders dus niet zozeer ouders die het de school lastig willen maken, maar die in relatie tot de problematische geschiedenis of de onzekere toekomst het beste voor hun kind willen. Het kind moet daarbij de successen voortzetten en zelf verder laten groeien, of het moet de wonden uit de geschiedenis helen. Ook moet het kind zoveel mogelijk geluk ervaren - zeker als het lot veel ongeluk en onrecht gebracht heeft in het gezin. In relatie tot veeleisende ouders zijn we in ons werken op school geneigd ons op de onuitstaanbare buitenkant van de veeleisende ouders te richten. Zeker ook omdat de consequenties van deze eisende ouders voor hun schoolgaand kind niet onopgemerkt blijven. In de relatie tussen school en kind zie je immers vaak de blinde vlekken - de schadelijke effecten die ouders in hun titanenstrijd over het hoofd zien en die het kind oploopt vanuit de beste bedoelingen. Enkele veelgenoemde waarnemingen op school:

  • Het kind maakt een gefrustreerde indruk;
  • Het kind wordt faalangstig omdat het zijn identiteit ophangt aan zijn prestaties;
  • Het kind raakt in een sociaal isolement;
  • Het kind komt steeds minder op voor eigen verlangens;
  • Het kind gedraagt zich opstandig op school;
  • Het kind lijkt zichzelf te verliezen in de onuitgesproken opdracht vanuit het gezinssysteem.

Loyaliteit

Als we kijken naar hoe loyaliteit van invloed kan zijn op gedrag van ouders, dan luidt de volgende vraag: ‘Wat kan ik daar dan mee doen?’ Vaak hoor ik tijdens trainingen: ‘Allemaal leuk en aardig, erkenning geven. Maar als ouders zich niet kunnen gedragen dan heb ik daar helemaal geen zin in. Ik wil best met ze praten maar dan wel op een fatsoenlijke manier.’ Uiteraard is dat een logische reactie, want je hebt recht op rechtvaardigheid. Waarom moet ik beginnen met erkenning? Ouders kunnen dat ook doen, toch? Klopt, maar als je zo redeneert verandert er vaak niet veel. Een bekend gegeven is dat je in je werk meer moet doen van wat werkt maar beter stopt te doen wat niet werkt.

 

Eigen context

Om meer zicht te krijgen op wat jij nodig hebt, is het interessant naar je eigen existentiële bestaan te kijken. Ook jij bent verbonden aan een existentiële geschiedenis waarvan een vader en een moeder het startpunt zijn. Daarin ligt ook een pakket aan waarden en normen opgeslagen. Dat gegeven maakt het ingewikkeld om juist te reageren op veeleisende ouders. Het zijn immers ouders die in jouw ogen het kind onrecht aandoen. Ze leggen teveel druk op de schouders en juist jij ziet in de klas dat dit soms ernstige gevolgen kan hebben. Wellicht heb jij in je gezin van herkomst wel meegekregen dat je alles op alles moet zetten om kinderleed te voorkomen. Dat betekent dat je niet redelijke eisen van ouders het liefst wilt pareren met heldere analyses van hun gedrag en de gevolgen ervan. Als een mensenrechtenactivist sta je op de barricade. ‘Stop veeleisende ouders!’ staat op je spandoek geschreven. En op de achterkant: ‘Jullie hoeven me niet te bedanken, het is gewoon mijn werk!’ Net als dat ouders opkomen voor hun existentiële belangen, doen leraren dat natuurlijk ook. Ze zijn loyaal aan hún ouders als ze reageren op de eisen. In de contextuele benadering spreken we ook wel van legaten en delegaten. Boodschappen die je hebt meegekregen, waar je loyaal aan wilt zijn. Je hebt als het ware een koffertje meegekregen waarin een erfenis zit opgeslagen. In die koffer zitten erfenissen waar je in je latere leven ontzettend blij mee zult zijn, maar ook zal je in elk koffertje dingen meekrijgen die het je juist lastig maken. Een legaat is dan een boodschap waar je je als professional ook goed bij voelt, een delegaat eentje waar je liever niet loyaal aan wilt zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een echte Janssen laat niet met zich sollen
  • Een Yilmaz is altijd aardig
  • Een Pieterse trekt zich kritiek persoonlijk aan

Het gekke van deze zinnen: ze kunnen soms legaat, soms delegaat zijn. Want als je meekrijgt dat je steeds aardig moet zijn, kan dat je veel voorspoed geven in je (werkzame) leven. Maar soms kan het je ook belemmeren. Dan kun je wel eens denken: ‘Ik wou dat ik niet zo aardig was’, of ‘Ik wou dat ik kritiek niet zo letterlijk nam’.

 

Wat je legaten of delegaten ook zijn, de kern bij veeleisende ouders is van een complexe aard. Ouders eisen meer dan redelijk, maar hebben daar in hun ogen redelijke redenen voor. Leraren worden echter getriggerd door het meer dan redelijke karakter en focussen zich op dit probleem. Deze logische reactie zorgt voor toenemende in plaats van afnemende onredelijkheid. Ouders zijn immers vanuit hun diepgewortelde loyaliteit op zoek naar rechtvaardigheid. Niet naar leraren die hen vertellen dat ze onredelijk zijn.

 

Samenwerken: ontmoeten én begrenzen

In de ontmoeting met veeleisende ouders is het de kunst om de loyaliteit van alle betrokkenen in het vizier te houden (dat wil zeggen dat je zoekt naar een manier om loyaal te zijn aan alle betrokkenen, inclusief jezelf). Een krachtige attitude om anders te reageren op kritische en veeleisende ouders is die van de meerzijdige partijdigheid. Dit is iets anders dan onpartijdigheid. Leraren die meerzijdig partijdig communiceren, staan namelijk aan ieders kant. Ze maken partij met iedereen, omdat iedereen het recht heeft om gezien te worden. Je kunt onpartijdig zijn en partijdig zijn. In het eerste geval kies je geen partij, sta je aan niemands kant. In het tweede geval kies je juist partij: ‘Ik sta aan de kant van de vader, maar niet aan de zijde van de directeur.’

 

Meerzijdige partijdigheid

Meerzijdige partijdigheid is niet partijdig en niet onpartijdig: je bent namelijk betrokken en verbonden met alle personen die aandacht vragen in een bepaalde situatie. Deze attitude van meerzijdige partijdigheid bestaat uit vijf in elkaar verweven grondpatronen. Allereerst is het helpend als je werkt vanuit alomvattendheid. Dat wil zeggen dat je in je gesprekken met veeleisende ouders de belangen in beeld houdt van alle betrokkenen. Dus niet alleen die van het kind, maar ook die van de ouders en jezelf. In een dynamische samenwerking tussen ouders, kind en school tracht je zo ieders belang aandacht te geven.

Empathie

Een tweede aspect van meerzijdige partijdigheid is die van empathie. Nu is het zo dat leraren erg goed zijn in empathie. Ze zijn doorgaans vriendelijk en verbonden, maar de ouders die ik in dit hoofdstuk opvoer zijn nu eenmaal geen sterren in het losmaken van je empathiehouding. Ze leggen druk op die grondhouding. Binnen meerzijdige partijdigheid is het de uitdaging om juist empathisch te blijven als ouders daar niet toe uitnodigen. Het devies is dan: ‘Hoe lastiger ouders doen, hoe meer ze recht hebben op jouw empathie’.

 

Verwachting

De derde pijler is die van verwachting/hoop. Dat wil zeggen dat je jezelf steeds moet afvragen of je het mogelijk acht om vanuit een verwachtingsvolle basis samen te werken met veeleisende ouders. Lukt het je om te blijven denken: ‘Het heeft zin!’ Immers, zodra je ouders ontmoet vanuit de gedachte ‘Ik wil die lui best te woord staan maar ik heb de hoop opgegeven’ doe je jezelf, de leerling én de ouders tekort.

 

Erkenning

De vierde pijler van meerzijdige partijdigheid is die van erkenning. Wat je als lezer nu wellicht zou kunnen denken is ‘Ik wil best erkenning geven, maar ik heb zelf toch ook recht op erkenning.’ De kern van erkenning geven is dat je nieuwsgierig bent naar de werkelijkheid van de ander. Wat zien deze ouders behalve de klacht? Bij erkenning is het van belang dat je je niet alleen richt op de waarneembare communicatie, maar vooral ook nieuwsgierig bent naar de onzichtbare achterkant van de communicatie. Welke verlangens gaan er achter schuil?

Erkenning betekent ook dat je zelf recht hebt op erkenning. Dat betekent dat je ook kunt zeggen dat je bepaalde dingen lastig vindt en wilt dat ze anders lopen. Bijvoorbeeld: ‘Ik vind het fijn dat u aangeeft dat u over bepaalde dingen niet tevreden bent. Ik ben ook nieuwsgierig naar hoe we hierin samen kunnen werken. Maar ik merk ook dat ik het lastig vind als u zo fel spreekt tegen mij’.

 

Timing

De vijfde pijler van meerzijdige partijdigheid heet timing. Dit is een volstrekt subjectieve toevoeging waarmee je ook aangemoedigd wordt te blijven kijken naar wie op ieder moment het meeste recht heeft om te spreken of te zwijgen. Het mooie van meerzijdige partijdigheid is dat het geen model is dat oproept om de waarheid te onderzoeken, maar veel meer oproept om elkaars werkelijkheid te ontmoeten. Daarbij hoort zowel je grenzen verleggen als je grenzen bewaken. Je onderzoekt hoe je in contact kunt blijven met deze groep ouders zonder het contact met jezelf te verliezen. Belangrijkste reden daartoe is dat kinderen er het meeste last van hebben als hun leraren een poging doen de loyaliteit tussen kind en ouders overeind te houden, zeker als dat lastig lijkt. Hoe beter de samenwerking, hoe royaler en rechtvaardiger de ontwikkelruimte voor het kind.

 

Ieder zijn verantwoordelijkheid

Het is belangrijk dat je als leraar oog blijft houden voor de verantwoordelijkheden die je (niet) hebt. In het kader van veeleisende ouders, lijkt het dat je je onbewust op terreinen wilt gaan begeven waar je geen verantwoordelijkheid voor hebt. Een goed besef van die verantwoordelijkheden helpt enorm in het spreken met veeleisende ouders. De eerste verantwoordelijkheid is die van de emotionele band tussen ouder en kind. De existentiële band tussen ouder en kind zorgt voor een emotionele verbinding. Als de leraar op dat vlak emotionele tekorten waarneemt, moet hij beseffen dat ouders daarin verantwoordelijkheid hebben. Je kunt wel focussen op samenwerking maar dient te voorkomen dat ouders merken dat jij emotioneel beter voor het kind zorgt dan de ouders. Je moet, anders gezegd, niet de betere ouder worden. Kinderen komen dan in een loyaliteitsconflict omdat ze door de beste bedoelingen van een leraar opgeroepen worden om deloyaal te zijn aan de veeleisende ouders. De tweede band tussen mensen is die van de verantwoordelijkheid. Ouders zijn verantwoordelijk voor het veilig opgroeien van hun kinderen. Zij zijn pedagogisch de baas.

 

Op hoge poten

Echter, in hun keuze voor een school hebben ze ook een deel van de pedagogische verantwoording bij de school neergelegd. Ze zeggen eigenlijk: ‘We vertrouwen er op dat ons kind op uw school pedagogisch opgevoed wordt in de opvoedstijl waar wij ons goed bij voelen’. In deze laag van verantwoordelijkheid is het vrijwel nooit een probleem om samen op te trekken. Maar als ouders met hoge poten naar school stappen omdat het kind iets anders nodig heeft dan de school te bieden heeft, gaan emotie en verantwoordelijkheid hopeloos door elkaar lopen. Blijf juist dan in verbinding en erken ouders in hun ouderschap. Spreek ze aan als ouder, laat ze op en top ervaren dat je het prettig vindt dat ze als ouder naar school komen en dat je ze als ouder ook hard nodig hebt.

 

Deskundigheid

De derde laag is die van de deskundigheid. Dat is meteen een lastige laag, want hoe definieer je deskundigheid nu eigenlijk. Als je kijkt op school is het logisch dat daar over het algemeen meer deskundigheid te vinden is dan thuis. Het scala aan medewerkers dat er werkt heeft immers een gedegen opleiding gevolgd om kinderen optimaal te laten leren en functioneren. Als je deskundigheid koppelt aan existentiële loyaliteit gaat het ook hier echter weer wringen. Deskundig zijn over een gezinssysteem is immers vrijwel onmogelijk. Er zijn teveel systemische invloeden die deskundigheid in een voortdurend veranderend perspectief plaatsen. Kijkend naar de hierboven omschreven verantwoordelijkheden, is het vooral van belang dat je ouders steeds als hulpbron blijft ontmoeten. Dat je blijft vasthouden aan het idee dat hoe harder ouders tegenwerken, hoe meer inspanningen het jou kost om samen te werken. De vader van Dik Trom had moeite te horen dat Dik een ondeugend ventje was. Ouders willen dat hun kind bijzonder is, en dat is ie… Dat ze zich op zoek naar die bijzonderheid soms op een hellend vlak begeven is geen onwil maar een diepgeworteld verlangen. Een verlangen naar een betere toekomst, een verlangen naar rechtvaardigheid. Zie je ouders die op de grens van veeleisendheid balanceren? Ontmoet ze dan als ouders van een bijzonder kind. Vanaf daar kun je samen in een oprechte dialoog verder reizen.

 

Wil je de contextuele benadering niet alleen in 3877 woorden leren kennen, maar ook in dertig praktijkgerichte opleidingsdagen? In september start ik voor de twintigste keer met een opleidingsgroep voor leraren, mentoren, begeleiders, hulpverleners etc. Interesse? Bekijk elders op de site de informatie en de opleidingsdata.