NEE ZEGGEN (DE KUNST VAN HET BEGRENZEN)

Soms zeg je geen nee tegen een voorstel, verzoek, actie, terwijl je dat eigenlijk wel had gewild. Het is niet altijd makkelijk, maar  af en toe moet je nee zeggen, halt roepen, voor jezelf opkomen, je grenzen aangeven. Het is een kunst die te leren valt.

 

door Ivo Mijland

 

Ik herinner me een leerlingbegeleider die nee zeggen lastig vond. Hij wilde het heel graag goed doen en zei op een dag ja waar hij nee had willen zeggen. Het gesprek dat hij had met een leerling begon als volgt: ‘Meneer, ik wil u een geheim vertellen, maar u mag het tegen niemand zeggen.’ De begeleider reageerde warm en hartelijk: ‘Natuurlijk, je kunt mij vertrouwen.’ Hij wilde dat helemaal niet zeggen, maar was bang als hij nee had gezegd dat de leerling dan zijn vertrouwen in hem zou opzeggen. Die gedachte is vrijwel altijd onjuist, want als je gastvrij nee zegt, gaat de ander daar vrijwel altijd gastvrij mee akkoord.

Betrouwbaar zijn is een belangrijke eigenschap van leraren en begeleiders. Je leerlingen en hun ouders hebben er recht op dat ze je kunnen vertrouwen. Wat veel mensen vergeten, is dat voor die betrouwbaarheid ook nodig is dat je betrouwbaar bent aan jezelf. Dat je in de contacten die je hebt met mensen, steeds ook nadenkt over de vraag: wil ik dit eigenlijk zelf wel zo? Ik verzamelde via mijn studenten een aantal (extreme) situaties, waarin betrouwbaarheid op de proef werd gesteld. Herken je deze of andere voorbeelden of een variant daarop?

  • Een leerling tijdens het mentorgesprek: ‘Het is niet de vraag of ik voor de trein spring, de vraag is wanneer ik dat doe.’
  • Een boze Syrische vader tijdens de ouderavond: ‘Meneer, u discrimineert.’
  • Een vader tijdens de ouderavond: ‘Als je bij mij had gewerkt, wist ik wel wat ik zou doen.’
  • Een collega over jouw klas: ‘Wat een kutklas heb jij!’
  • Een directeur over de staking: ‘Degene die die dag geen lesgeeft, riskeert zijn baan.’
  • Een leerling tijdens een mentorgesprek: ‘Als u het tegen mijn ouders zegt, loop ik weg en kom ik nooit meer terug.’

Als professional heb je te maken met situaties waarin je, ondanks al je ervaring, twijfelt aan de juiste reactie. Je doet dan iets waarvan je voelt dat het niet goed is voor jou, niet goed is voor de ander en dus ook niet goed is voor jullie samen. Je wordt boos over de grensoverschrijdende opmerking, je verdedigt je klas met heftige emotie, je gaat heel hard je best doen om de leerling van zijn destructieve plannen af te helpen, gaat akkoord met een dreigement van een leerling waar je je heel slecht over voelt en je gaat uitleggen dat je helemaal niet discrimineert. De reacties die we geven, lijken logisch maar zijn vaak olie op het vuur. Mijn overtuiging is namelijk dat alle zinnen in de voorbeelden hierboven een wanhopige schreeuw en driftig verlangen zijn naar betrouwbare mensen. Deze extreme situaties ontstaan vaak vanuit de overtuiging dat jij toch niet betrouwbaar zult reageren. Juist daar ligt een kans. De kunst is om in het geval de ander iets onbetrouwbaars laat zien, zelf een betrouwbare reactie te geven op de leerling, ouder, collega of directeur. Betrouwbaar betekent dan dat je betrouwbaar bent naar de ander én naar jezelf.

 

Er zijn drie valkuilen:

  1. Je zorgt meer voor de ander dan passend is bij jouw rol. Je bent overbetrouwbaar, maar bent daardoor indirect onbetrouwbaar voor jezelf. En uiteindelijk dus ook onbetrouwbaar naar de ander.
  2. Je zorgt meer voor de ander dan je eigenlijk kan. Je bent onbetrouwbaar, want je doet iets wat je (nog) niet kunt en dus ook niet waar kunt maken.
  3. Je zorgt niet goed genoeg voor jezelf. Je stelt geen grenzen, zegt ja terwijl je nee bedoelt. Daardoor ben je onbetrouwbaar naar jezelf en indirect dus ook onbetrouwbaar naar de ander.

Bij elke extreme situatie kun je deze vragen onderzoeken. Laat ik de eerste situatie uitwerken. Een leerling tijdens het mentorgesprek: ‘Het is niet de vraag of ik voor de trein spring, de vraag is wanneer ik dat doe’. In deze situatie kun je te betrouwbaar worden door op de bedreiging te reageren met een zee aan gespreksruimte. Je zet klassen aan het werk op het moment dat je ziet dat de leerling weer iets extreems doet op school. Je pakt een rol op die niet past bij jouw takenpakket. De leerling ‘profiteert’ van jouw goedheid en trekt alle energie die je hebt naar zich toe. Bij de begeleider in dit voorbeeld ging dat steeds verder. Eerst waren het twee gesprekken per maand, maar op het hoogtepunt was zij uren per week bezig. Haar partner greep in toen ze ook bijna elke avond appte met de leerling en de begeleider er slaapproblemen door ontwikkelde.

 

Doorgeslagen betrouwbaarheid

In het voorbeeld zie je dat je doorgeslagen betrouwbaarheid naar de ander een wisselwerking heeft op de onbetrouwbaarheid naar jezelf. Er ontstaat een soort van symbiose tussen jou en de leerling. Je zelfvertrouwen is meer en meer gebaseerd op het succes van je interventies naar de leerling toe. Je bent niet meer in staat om te zeggen: ‘Hallo, ik ben er ook nog. Tot hier en niet verder.’ Tussen deze twee vormen van niet passende betrouwbaarheid zweeft ook altijd een derde factor: betrouwbaarheid hangt ook samen met je deskundigheid. Als het goed is merk je als professional dat op het moment dat je te betrouwbaar bent voor de ander en te onbetrouwbaar voor jezelf, dat je ook op het punt komt dat je onbetrouwbaar bent omdat je kunde van jezelf gaat vragen die je niet in huis hebt.

 

Wat dan wel?

Je kunt ook betrouwbaar zijn aan jezelf én aan de leerling in nood. Je geeft in dat geval erkenning aan zijn extreme boodschap. ‘Ik schrik ervan wat je zegt. Er moet wel veel niet goed gaan, waardoor je nadenkt over zulke stappen. Ik wil er met je over in gesprek, omdat ik je wil helpen. Maar, ik heb daarin ook iets van jou nodig. Voor mij is het namelijk belangrijk dat ik, als ik gesprekken met je voer, er altijd verzekerd van kan zijn dat je er bent. Als je dat niet kunt beloven, dan kan ik je helaas niet helpen en moeten we samen kijken of er een andere manier van begeleiding is.’ Op deze manier ben je betrouwbaar naar de leerling én naar jezelf. Je neemt de hulpvraag van de leerling serieus, maar laat hem ook merken dat er voor jouw hulp voorwaarden zijn. Dat je als helpende begeleider niet akkoord gaat met de onzekerheid rondom de destructieve keuze waar de leerling over spreekt. Je neemt hem zijn destructieve voornemen niet af (de vraag is niet of, maar wanneer). Wel laat je hem weten dat je zijn voornemen geen onderdeel laat uitmaken van jouw leven. Hoe gek het ook klinkt, dat zal de leerling het gevoel geven dat jij echt te vertrouwen bent. Een begeleider die in staat is oprecht ‘nee’ te zeggen, maakt verbinding, zelfs als de ander de verbinding dreigt te vernietigen… Hij maakt duidelijk dat hij betrouwbaarheid alleen kan geven vanuit wederkerigheid. Jij hebt immers ook recht op betrouwbaarheid van de betreffende leerling. 

 

  • Een boze Syrische vader tijdens de ouderavond: ‘Meneer, u discrimineert.’
    Reactie gastvrije mentor: ‘Ik zie dat u heel verdrietig bent over de situatie waarin we zitten en wil daar graag met u over in gesprek. Voor mij is het dan wel belangrijk dat u me wilt vertrouwen als ik zeg dat ik nooit zal discrimineren in mijn werk.’
  • Een vader tijdens de ouderavond: ‘Als je bij mij had gewerkt, wist ik wel wat ik zou doen.’
    De gastvrije mentor: ‘Ik ben heel benieuwd naar uw expertise en vind het ook belangrijk dat u ook onze expertise niet in twijfel trekt.’
  • Een collega over jouw klas: ‘Wat een kutklas heb jij!’
    Gastvrije collega: ‘Ik zie aan je dat je het zwaar hebt in mijn klas. Ik wil daar graag met je over praten om hier samen positieve stappen in te zetten. Ik wil wel dat je weet dat ik het niet fijn vind als je mijn klas een kutklas noemt. Dat voelt niet goed voor mij.’
  • Een directeur over de staking: ‘Degene die die dag geen lesgeeft, riskeert zijn baan.’
    Als gastvrije werknemer: ‘Ik begrijp dat we mogen staken, maar merk dat ik het heel vervelend vind dat er vervolgens gezegd wordt dat we het niet mogen. Kunnen we het daarover hebben samen.’
  • Een leerling tijdens een mentorgesprek: ‘Als u het tegen mijn ouders zegt, loop ik weg en kom ik nooit meer terug.’
    Reactie gastvrije mentor: ‘Ik zie dat je het heel spannend vind als je ouders erachter komen. Bij wie van je ouders vind je het het minst spannend: bij je vader of bij je moeder?’